Getting things done – David Allen

Dit is vooral een handboek om efficienter te gaan werken en meer rust in je hoofd te krijgen. Het staat vol met tips om je werkstroom te organiseren en te optimaliseren. Hoeveel postvakjes (digitaal en ‘echt’) heb je? Wat zet je op je takenlijstje en hoe? Wanneer moet je een actie direct doen en wanneer moet je hem uitstellen? Het betreft niet alleen maar time management op het werk, Allen beschijft een proces dat zowel zakelijk als privé in te zetten is. Daarbij ziet hij niet over het hoofd dat verschillende mensen graag op verschillende manieren werken, je kunt de verschillende handreikingen op je eigen manier gebruiken.

Mindmappen – Barry en Tony Buzan

Mindmappen is een techniek om je gedachten uit je hoofd en op papier of beeldscherm te krijgen. Het menselijke brein werkt door middel van het koppelen van gedachten en hecht daarbij weinig aandacht aan structuur, chronologie of rangorde. Door middel van mindmappen werk je een idee min of meer uit zoals je hoofd zelf ook werkt, door gedachten te verbinden. Je begint met een centraal thema waaraan je middels vrije associatie andere gedachten, beelden en ideeën koppelt. Je eindigt met een visuele indruk van al je gedachten rond een bepaalt thema. Het is ook een goede manier om de collectieve gedachten uit een groep concreet en zichtbaar te maken. In dit boek leggen Tony en Barry precies uit hoe het werkt, geven ze veel nuttige tips en tonen ze hoe mindmaps succesvol ingezet kunnen worden.

The 8th habit – Stephen Covey

In dit boek begint Covey met uit te leggen dat hij geen eigenschap vergeten is in zijn eerdere boek. Dat lijkt te kloppen want de achtste eigenschap gaat meer over het toepassen van de eerste zeven eigenschappen in onze snel veranderende wereld. Het boek gaat vooral over het vinden van je eigen unieke bijdrage aan de samenleving en vervolgens anderen te inspireren om hetzelfde te doen. Hierbij toetst Covey initiatieven aan de voorwaarden voor Hoofd, hart, lichaam en geest. Het boek is vooral bedoelt om te inspireren en laat zien wat voor mooie dingen er zouden kunnen gebeuren als we de samenleving anders zouden benaderen en vice-versa. Dat maakt ook dat mensen die erg rationeel en zakelijk zijn ingesteld het boek wellicht als wat zweverig en idealistisch kunnen ervaren. Niettemin vind ik zelf dat het zeker de moeite waard is om kennis te nemen van Covey’s opvattingen hierover, het zijn in elk geval mooie gedachten.

The 7 habits of highly effective people – Stephen Covey

Stephen Covey beschrijft in dit boek zeven eigenschappen die mensen zouden moeten bezitten om succesvol samen te leven met zichzelf en hun omgeving. Het is vooral een levensfilosofie die een bepaalde houding tegenover de wereld aanbiedt die je eerst leidt naar onafhankelijkheid en daarna naar een soort positieve ‘interafhankelijkheid’ met je omgeving. Eigen verantwoordelijkheid, pro-activiteit, weten wat je wilt en rekening houden met de behoeften van anderen staan centraal. Zeer inspirerend geschreven met erg treffende voorbeelden. De Nederlandse vertaling van het boek verminkt de titel in mijn ogen door te verwijzen naar leiders en leiderschap, wat de misleidende indruk kan wekken dat het speciaal voor managers en dergelijke geschreven is. Dat is absoluut niet het geval, dit is een boek dat voor iedereen die effectiever wil worden de moeite waard is.

De creatiespiraal – Marinus Knoope

Zowel ‘De creatiespiraal’ als ‘Dromen, durven, doen’ hebben als thema hoe je je wensen kunt realiseren. De benadering van dit vraagstuk is echter door beide auteurs heel verschillend benaderd. Waar Ben Tiggelaar vooral aan de slag gaat en beschrijft hoe je de hobbels onderweg moet overwinnen beschrijft Marinus Knoope vooral een stappenplan en legt hij uit hoe verandering tot stand komt. Beide benaderingen vind ik zelf erg waardevol om te lezen omdat ze elkaar vooral aanvullen en nergens tegenspreken. Aantrekkelijk in ‘De creatiespriraal’ is dat de schrijver het model in een (persoonlijk) filosofisch kader plaatst wat zijn verhaal direct dicht bij de lezer brengt. Ook laat hij zien dat zijn model vanuit veel verschillende perspectieven te benaderen valt. Hij leert je niet hoe je tegenslagen tijdens het volgen van de creatiespiraal kunt oplossen maar wel hoe, waar en waarom je de verschillende stappen in de creatiespiraal moet doorlopen.

Dromen, durven, doen – Ben Tiggelaar

Dit boekje wordt gekenmerkt door een praktische insteek en legt de focus op hoe je je wensen realiseert. Hierbij legt Ben Tiggelaar de nadruk, terecht vind ik, op hoe we geneigd zijn om onze automatische piloot te volgen waarbij we onszelf vaak saboteren in onze goede voornemens. Belangrijker, hij geeft een aantal tips over hoe je jezelf kunt overwinnen. Met 140 pagina’s geen dik boek en dat leest wel zo prettig. Je hebt het gevoel dat de schrijver dicht bij zichzelf blijft en niet onnodig uitwijdt. Vooral geschikt voor rationele pragmatici die liever aan de slag gaan dan zich verdiepen in theorie.

Hé, ik daar? – Daniel Ofman

Daniel Ofman is de bedenker van het kernkwadrant. Een eenvoudige maar heel effectieve manier om inzicht te krijgen in je kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergiën. Deze zijn via een aantal even elegante als simpele regels uit elkaar af te leiden. Het aardige is dat het kwadrant altijd ‘klopt’ en uit elk van de vier dimensies gestart kan worden. Het model van kernkwadranten is al reeds lange tijd in gebruik in het bedrijfsleven en via dit boekje brengt Daniel Ofman het model naar een groter publiek. Het is leuk om de kwadranten in te vullen en dit lijkt vaak op een sudoku puzzeltje met eigenschappen in plaats van cijfers. Het is erg prettig geschreven en zal je veel ‘oh ja!’ momenten opleveren.

Zes niveaus van overtuiging

Ik gebruik het eerste plaatje vaak als kapstok om bijvoorbeeld coachvragen en de toepassing van verschillende stukken theorie aan op te hangen. Het geeft op een simpele manier een fundamenteel stuk inzicht in hoe onze diepste overtuigingen over ‘hoe de wereld werkt’ in zes lagen invloed hebben op ons gedrag en hoe we onze omgeving zien. Het tweede plaatje versimpelt ditzelfde model nog verder. Je zou kunnen zeggen dat de binnenste twee lagen van de zes logische niveaus gaan over het waarom, de volgende twee lagen over het hoe en de buitenste twee lagen over het wat.

Maar we beginnen bij de zes logische niveaus. Van binnen naar buiten komt eerst het wereldbeeld. Oorspronkelijk worden hier vaak de woorden zingeving of spiritualiteit gebruikt. Ikzelf gebruik liever het woord wereldbeeld omdat het objectief klinkt en geen alternatieve of dogmatische bijklank heeft. Op het niveau van het wereldbeeld houden we ons met de echt diepe vragen bezig. Waarom zijn wij hier? Is er leven na de dood? Wat is de zin van alles? Het antwoord dat we onszelf geven is de context voor de volgende laag en zo werkt het model zich naar buiten, naar steeds concretere zaken.

Identiteit. Uitgaande van het beeld dat we hebben van de wereld om ons heen en de reden daarvan, houden we ons op het niveau van identiteit bezig met de vraag; en hoe pas ik dan in die wereld? Wat is mijn bijdrage? Wat is mijn nut? Waarom ben ik hier?

Overtuigingen. Ons beeld van hoe de wereld in elkaar zit en de plaats die we onszelf in die wereld geven is de grondslag van onze overtuigingen en daarmee ook een belangrijk deel van de normen en waarden waarlangs we onszelf en anderen meten. Op dit niveau beginnen we ook de omslag te maken van binnen naar buiten. Dingen die wij geloven over de wereld en onszelf projecteren we ook naar buiten en naar anderen. We hebben bepaalde verwachtingen van onze omgeving en we toetsen die omgeving aan onze overtuigingen. De verschillen die we vinden tussen ons eigen beeld van hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten en de werkelijkheid die we aantreffen bepaalt ook hoe we in actie komen. Welke vaardigheden we onszelf aanleren en hoe we die aanwenden.

Vaardigheden. Alle dingen die we ons eigen maken. Er valt natuurlijk te discusiëren over de vraag welke vaardigheden aangeleerd zijn of geërfd, maar die vraag vind ik hier van ondergeschikt belang. Het zijn simpelweg alle dingen die we kunnen, of dit nu naastenliefde is, rekenen of lenigheid.

Gedrag. Hetgeen dat we doen of laten zien aan de buitenwereld. Ons gedrag vloeit voort uit de manier waarop wij de wereld en onszelf ervaren, welke normen en waarden we hanteren en de vaardigheden waarvan we gebruik kunnen maken. De manier waarop we dingen doen vertelt iets, maar natuurlijk lang niet alles, over hoe we over de wereld en anderen denken. Het bepaalt ook of onze omgang met de rest van de wereld, met name de anderen daarin, prettig is of conflicten bevat.

Omgeving. Onze interactie met de wereld om ons heen. Hoe zien de groepen eruit waarin je je begeeft? Wat voor werk doe je? Hoe zien je relaties eruit? Op welke voet leef je met je omgeving? Dat zijn de vragen die op dit niveau spelen. Je zou ook kunnen zeggen dat deze laag in het model weer een terugkoppelpunt is met de binnenste cirkel. In hoeverre stemmen deze twee met elkaar overeen?

Het model van de zes logische niveas van leren en overtuiging is bedacht door Gregory Bateson en later verder ontwikkeld door Robert Dilts. Het wordt op verschillende manieren getekend, maar ik vind persoonlijk deze concentrische circels het meest elegant en treffend voor de ‘opbouw’ van individuen.

Zoals gezegd voegt het tweede plaatjes een aantal van de niveaus samen om tot een nog simpelere scheiding te komen; waarom, hoe, wat. Meestal gaan we uit van wat, hoe en waarom. We weten vaak het best wat we doen en het minst waarom we iets doen. Terwijl het hebben van succes vaak het beste gaat als je weet waarom je iets doet. Ikzelf kwam letterlijk tot deze Waarom, hoe, wat cirkels tijdens de voorbereiding voor een presentatie bij één van mijn leveranciers. Na afloop van deze presentatie wees iemand me op de site van ted.com en een filmpje dat daarop staat van Simon Sinek. Hij gebruikt exact dezelfde indeling en heeft een paar treffende voorbeelden om de werking van deze Waarom, hoe, wat cirkels, of de gouden cirkel zoals hij het zelf noemt, aan te tonen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.